Someren juni 2016: ondergelopen huizen, compleet verzopen akkers, kassen waarvan geen ruit meer heel is. Ontredderde mensen, agrariërs en ondernemers. Beelden die je niet snel kwijt raakt. Een eerste gedachte was: hier moeten we samen snel een oplossing voor bedenken. Dit mag in de toekomst niet meer gebeuren. Was het maar zo simpel. Wat we ook doen, zulke heftige hoosbuien met extreem veel water zullen altijd wel tot overlast leiden. En een maatregel kan voor de één een goede oplossing zijn, maar de ander juist overlast geven. We moeten dus naar het bredere plaatje kijken om goed te weten welke maatregelen ook echt effect hebben, in natte en in droge tijden. Dat betekent maar een ding: rekenen.

Zomerse buien, winterse buien

Korte zomerse hoosbuien, we krijgen er steeds meer mee te maken. Vooral in bebouwd gebied geven die de nodige overlast. De regen stroomt over verhard oppervlak meteen naar lagere delen. Straatkolken kunnen het vele water niet meer verwerken en de riolering zit al snel vol. Overtollig regenwater komt, helaas vermengd met afvalwater van huishoudens en bedrijven, in beken en sloten terecht. Winterse buien duren vaak langer en zijn minder hevig. Na een lange regenperiode in de winter staat het grondwater hoger en zijn beken en sloten vol. Dan heeft vooral het landelijk gebied te kampen met wateroverlast.

Nat en droog

In juni 2016 was er echter zoveel water dat niet alleen de kolken en riolering volstonden, maar ook de beken en sloten en dat gaf op veel plaatsen overlast. Dus begon de zoektocht naar effectieve maatregelen. Als we op een plek met overlast het water sneller afvoeren, biedt dat daar verlichting. Dan komt er echter op een andere plek weer teveel water bij elkaar, waardoor daar overlast ontstaat. Dat is niet de bedoeling, uiteindelijk willen we in het hele gebied zo weinig mogelijk problemen. Bovendien moeten de maatregelen die een oplossing zijn voor wateroverlast niet leiden tot verdroging en lagere grondwaterstanden. We moeten dus heel goed weten wat er met te veel en te weinig water in het gebied gebeurt.

Alles in kaart met DAS

Om goed inzicht te krijgen in waar het water naartoe stroomt, bouwen we nu een wiskundig model, het D(eurne) A(sten) S(omeren) model. Waterschap Aa en Maas is trekker en werkt nauw samen met de drie gemeenten en waterschap De Dommel. Het hele gebied van Deurne, Asten en Someren wordt in het model opgenomen: de rioleringen van alle kernen worden berekend, de afstroming over de wegen, de waterlopen en hoe die gevuld worden door een regenbui. En dat wordt getoetst aan de situatie van 2016.

In gesprek over de maatregelen

Met al deze berekeningen zijn we naar verwachting in oktober 2018 klaar. Daarna nemen we de maatregelen die al genomen zijn, zoals geautomatiseerde stuwen, waterberging in kernen, op in het model. Zo zien we de effecten daarvan en de resterende knelpunten. Die laatste knelpunten zijn het lastigst op te lossen en vragen om meerdere maatregelen. Ook die gaan we doorrekenen en zo kunnen we het effect van de verschillende maatregelen bepalen. Het effect op de probleemlocatie zelf, maar ook op de rest van de woonkern of het watersysteem. Eind 2018 verwachten we daarmee klaar te zijn. Daarna gaan we samen met alle betrokkenen in gesprek om te bepalen welke maatregelen we gaan uitvoeren. Maar eerst nog even rekenen, zodat we effectieve maatregelen kunnen treffen om zo een stuk beter voorbereid te zijn op toekomstige extreme hoosbuien.